Wedstrijdreglement van het jaarlijks biljarttoernooi van:
De Stichting Biljarten Voor Goede Doelen in Drenthe en Omstreken

Artikel 1.

Het toernooi kent 5 categorieën te weten: libre dagcompetitie, driebanden-klein dagcompetitie, libre avondcompetitie, driebanden-klein avondcompetitie en driebanden-groot avondcompetitie.

Artikel 2.

Inschrijving vindt per team plaats. Een team bestaat uit tenminste 3 en maximaal 7 spelers. Bij inschrijving dienen tenminste 3 spelers te worden opgegeven. Reservespelers kunnen altijd later nog worden opgegeven. Ook mogen reeds ingeschreven spelers worden vervangen door ander spelers. Heeft een speler echter tenminste 1 partij gespeeld voor een team, dan kan hij of zij NIET meer vervangen worden.

Artikel 3.

Van elke speler dient bij inschrijving het moyenne te worden opgegeven. Is het moyenne niet bekend, dan wordt gekeken naar het moyenne in eerdere edities van het toernooi. Als blijkt dat het opgegeven moyenne meer dan 20% afwijkt van de prestaties in eerdere edities of deze editie van het toernooi, of in andere competities, dan wordt het opgegeven moyenne, zo nodig tussentijds, bijgesteld. Dit kan zowel naar boven als naar beneden zijn. Moyennes kunnen tot aan de knock-out-fase worden bijgesteld. Het moyenne bepaalt het aantal te maken caramboles. Zie ook artikel 5.

Artikel 4.

Van alle libre spelers wordt bij inschrijving het libre moyenne opgegeven. Is het moyenne hoger dan 6, dan is die speler verplicht om te Bandstoten. Voor het bepalen van het aantal te maken bandstoot-caramboles wordt 65% van het libre moyenne aangehouden, tenzij er van die speler een officieel KNBB bandstoot moyenne bekend is.

Artikel 5.

Voor het bepalen van het aantal te maken caramboles wordt gebruik gemaakt van de moyenne-tabellen van de KNBB, zoals die worden gebruikt in het KNBB district Zwolle en Omstreken.

Artikel 6.

Bij libre geldt een minimum van 20 te maken caramboles. Bij driebanden-klein geldt een minimum van 12 te maken caramboles en bij driebanden-groot een minimum van 15 te maken caramboles.

Artikel 7.

Elke teamwedstrijd bestaat uit 3 partijen. Het aantal te maken caramboles bepaalt de volgorde van de spelers van hoog naar laag. De nummers 1 van de teams spelen tegen elkaar, evenals de nummers 2 en 3.

De volgorde van de te spelen partijen kan in onderling overleg door de teams worden bepaald. Op het wedstrijdformulier blijft de volgorde altijd 1, 2 en 3 terwijl er bijvoorbeeld 3, 1 en 2 wordt gespeeld.

Artikel 8.

Mocht een team slecht 2 spelers kunnen opstellen, dan speelt een van beide spelers een dubbelpartij. Daarbij speelt hij/zij de derde partij het aantal caramboles voor een dubbelpartij. Het aantal te maken caramboles voor een dubbelpartij wordt bepaald aan de hand van de voornoemde moyenne-tabellen van de KNBB. Er kan per wedstrijd maar 1 dubbelpartij gespeeld worden. In de finale kan slechts in uitzonderlijke gevallen en na overleg met de wedstrijdleiding, een dubbelpartij gespeeld worden. Zie ook artikel 13.

Artikel 9.

De wedstrijdpunten worden verdeeld volgens het Belgisch Puntensysteem. Dat betekent dat een speler het aantal punten krijgt, dat gelijk is aan het carambole-percentage met weglating van het laatste cijfer, dus afronden naar beneden. Het percentage is af te lezen op het scherm en staat bij de gele kolommen aan de linker- en rechterzijde van het scherm. Bijvoorbeeld 100% wordt 10 en 78% wordt 7 punten. Bij winst krijgt een speler 2 bonuspunten. Bij gelijkspel krijgt elke speler 1 bonuspunt.

Artikel 10.

Het toernooi wordt als volgt gespeeld: Elke team wordt ingedeeld in een poule. Elke poule bestaat uit 3 of 4 teams; afhankelijk van het aantal inschrijvingen voor een spelsoort. De teams van een poule spelen een halve competitie. Met andere woorden, elk team speelt eenmaal tegen elk ander team in een poule. De nummers 1 en 2 van een poule plaatsen zich voor de knock-out-fase. Daarin spelen, volgens een vast schema, telkens twee teams tegen elkaar, waarbij het verliezende team afvalt voor een volgende ronde. Bij een gelijke stand in deze fase plaatst het team zich met het hoogste carambole-percentage voor de volgende ronde. Mochten er na de poule-fase geen 32, 16, 8, of 4 teams zich plaatsen, dan wordt er aangevuld met de beste 3e teams uit de poules. Mochten er, door te weinig inschrijvingen, voor een spelsoort geen 2 poules gevormd kunnen worden, dan spelen alle teams in een poule een volledige competitie en plaatsen de nummers 1 en 2 zich voor de finale.

Artikel 11.

Voor de poule-fase worden de teams van de spelsoort libre ingedeeld in twee groepen. Een groep met teams met een totaal moyenne boven 8.00 en een tweede groep met teams met een totaal moyenne tot 8.00. Hierbij wordt alleen gekeken naar de eerste 3 spelers van elk team. Deze indeling is een uitgangspunt. Er kan echter van afgeweken worden, als er bijkomende voorwaarden zijn die een dergelijke indeling moeilijk maken. Hierbij kan dan gedacht worden aan teams van dezelfde vereniging, of aan teams met dezelfde spelers. Zie ook artikel 12.

Artikel 12.

Teams van dezelfde vereniging worden zo mogelijk niet in een poule ingedeeld.

Artikel 13.

Mocht een speler in meerdere teams spelen en zich met meer dan een team plaatsen voor de finale, dan kan hij/zij maar bij een van die teams uitkomen en zal het/de andere team(s) een vervanger moeten opstellen.

Artikel 14.

In de finale treden de laatst overgebleven twee teams aan in de wedstrijd om de titel. De hoofdprijzen bestaan uit wisseltrofeeën, die eigendom blijven van de organisatie en door de winnaars het volgende jaar weer moeten worden ingeleverd.

Artikel 15.

De wedstrijden worden geleid door de wedstrijdleiding.

Artikel 16.

Indien bij het verspelen van de poules één van de teams niet aanwezig is, zal in overleg, getracht worden een nieuw rooster op te stellen. Indien dit niet mogelijk is, beslist de wedstrijdleiding

Artikel 17.

De partijen beginnen ’s middags om 13.00 uur en ‘s avonds om 19.00 uur.

Artikel 18.

De wedstrijdformulieren dienen ’s middags dan wel 's avonds, volledig ingevuld, bij de wedstrijdleider te worden ingeleverd.

Artikel 19.

Protesten moeten op het wedstrijdformulier worden vermeld.

Artikel 20.

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het stichtingsbestuur.